ROK-0716

Id-5c2e2f5b-5b28-4fd0-a656-0c2b2d2bea49
4.6.2 (1)-NEN-EN 1991-1-7
ROK(13 C)



Eistekst

In afwijking op NEN-EN 1991-1-7/NB, 4.6.2 (1) geldt de volgende tekst:

Starre constructies in vaarwegen van een grotere klasse dan CEMT-0 moeten worden berekend op een botskracht (F) door een stootbelasting van rivier- en kanaalverkeer van:
F= 3,3 √E + 5,6 [MN]

E = kinetische energieniveau van het schip E = 0,55 mv2 [MNm]
m = waterverplaatsingstonnage schip [ton]
v = snelheid schip [m/sec]

Op CEMT-klasse 0 vaarwegen met alleen kleine vaart en/of recreatieve vaart, moet worden gerekend op een vaste botskracht, te ontbinden in Fdx = 500 kN en Fdy = 250 kN

Toelichting

De botskracht F geldt voor constructies die in normale omstandigheden niet door scheepvaart worden geraakt en gelden als “scheepvaartonvriendelijke” constructies. De formule gaat uit van botsing tegen een star obstakel. De energie wordt volledig door vervorming van het schip opgenomen. Het schip raakt daarbij (zwaar) beschadigd. De “kreukelzone” van het schip is daarbij zo groot dat het aandeel van de elastische of plastische vervorming van het kunstwerkCiviel-bouwkundige constructie daarbij vergeleken in het niet valt. De formule komt uit het rapport ‘Aanvaarbelasting door schepen op starre constructies’ van de TU Delft. Het betreft formule 2.21 in dat rapport.
Het kinetische energieniveau (E) van een schip is 0,55 mv2 in plaats van ½ mv2 in verband met de massa van het water die met een schip meebeweegt.

Rekenvoorbeeld botskracht F:

Uitgangspunten:

  • Vaarweg CEMT klasse Va, waterverplaatsingstonnage = 3000 ton
  • maximale vaarsnelheid = 5,5 m/sec
  • Stroomsnelheid vaarweg volgens vaarwegbeheerder = 0,3 m/sec

Snelheid schip bij botsing tegen star object = 5,5 + 0,3 = 5,8 m/sec
E = 0.55 · 3000 · 5,82 = 55506 kNm = 55,5 MNm
F = 3,3 ·55,5 + 5,6 = 30,2 MN (= 30.200 kN)




Onderliggende eisen



Links

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 17 aug 2021 om 10:10.