ROK-00909

Id-e4c89f2c-a98a-40c4-b153-f4758eafa44e
Vermoeiing van orthotrope rijvloeren-NEN-EN 1993-2
ROK(13 C)



Eistekst

Belastingen

Het te hanteren belastingsspectrum voor de vermoeiingsberekening van orthotrope rijvloeren moet zijn gebaseerd op vermoeiingsbelastingsmodel 4a beschreven in NEN-EN 1991-2 NB 4.6.5.1 (1).
Andere vermoeiingsbelastingsmodellen mogen voor (stalen onderdelen van) stalen bruggen (vast en beweegbaar) niet worden toegepast.
Tenzij in de vraagspecificatie anders vermeld moet worden uitgegaan van een verkeerscategorie 1 met een Nobs van 2,0x106 en lange afstand conform NEN-EN 1991-2 NB 4.6.1 (3).
Tenzij in de vraagspecificatie expliciet aangegeven mogen de reductiefactoren beschreven in NEN-EN 1991-2 NB 4.6.5.1 (2), (3) en (4) niet worden toegepast.

In aanvulling op vermoeiingsbelastingsmodel 4a geldt:

  • De vermoeiingsbelasting (vermoeiingbelastingsmodel 4a) moet overal tussen de buitenste voertuigkeringen kunnen worden toegepast.
  • In afwijking van NEN-EN 1991-2 4.6.5 tabel 4.8 “omschrijving van wielen en assen” moet NEN8701 bijlage A.2 figuur A.1 “te beschouwen wiel- en astypes” worden toegepast.
  • In afwijking van NEN8701 bijlage A.2 figuur A.1 “te beschouwen wiel- en astypes” (en dus ook in afwijking van NEN-EN 1991-2 4.6.5 tabel 4.8) moet een wielprentlengte van 220 mm worden toegepast voor alle wielen van alle assen (A, B en C).
  • Spreiding van wielen/ assen in dwarsrichting moet worden beschouwd overeenkomstig NEN EN 1991-2 4.6.1 (5) figuur 4.6. De middenpositie moet afhankelijk van het beschouwde detail op de meest ongunstigste dwarspositie worden geplaatst (onafhankelijk derhalve van het hart van gedefinieerde feitelijke of theoretische rijstroken). Het aantal midden posities wat moet worden beschouwd voor toetsing van de dekplaat, de langsverstijvers en de bovenzijde van de dwarsdrager (of kamplaat) kan in de meeste gevallen bij dekken met troggen worden beperkt tot 3 (midden boven de trog, boven het trogbeen, midden tussen 2 troggen in, zie figuur F00909) en bij dekken met strips en bulbs tot 2 (midden boven de strip/bulb en midden tussen de strips/bulbs in).
  • Gerelateerd aan bovenstaand item geldt voor sommige details (bv de langslas tussen dekplaat en trog, detail 2a en 2a, zie rode pijl in figuur F00909 dat het effect van een lastpositie midden op de trog (qua buiging) tegenovergesteld is aan het effect van een lastpositie midden tussen 2 troggen in. Dit betekent dat qua vermoeiing niet gekeken moet worden naar het effect van een individuele vermoeiingsvrachtwagen, maar indien maatgevend naar het effect van een representatief aantal vrachtwagens, in willekeurige volgorde, in verschillende dwarsposities (voorkomend naar verhouding van EN 1991-2 4.6.1 (5) figuur 4.6). Dit kan door de daardoor voorkomende hogere wisselingen leiden tot een hogere D.
  • In geval van een asfalt- of asfalt/ZOAB-laag op de orthotrope rijvloer beïnvloedt dit de krachtverdeling en de spanningswisselingen in de orthotrope rijvloer. Dit effect moet expliciet worden meegenomen in de rekenmodellen. De invloed van asfalt en ZOAB is afhankelijk van de temperatuur. Hiertoe is de rekenkundige stijfheid van asfalt en ZOAB bepaald in 6 temperatuurgebieden (zie tabel T00911). Tabel T00909 geeft de verdeling van de vermoeiingsvrachtwagens van belastingsmodel 4a weer over de temperatuur-gebieden.

Toelichting

Afbeeldingen

Verdeling van de vermoeiingsvrachtwagens van belastingsmodel 4a over de temperatuurgebieden
79ff8c7e-9b3b-eb11-a2f1-00155d641201.png
Minimaal te beschouwen midden posities
69f3be0f-9b3b-eb11-a2f1-00155d641201.png

Bovenliggende eisen



Extra informatie


Links

Paragraaf ROKNEN-EN 1993-2
Brondocument
Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies – Deel 2: Stalen bruggen
Referentiedocumenten  
Nationale bijlage bij NEN-EN 1993-2
Objecttype
Brug
Thema
Staal
Periode
Ontwerpfase

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 17 aug 2021 om 10:26.